Blog
Phu Quoc

En het is er opeens – de laatste week van onze drie maanden avontuur in Azië. Ongelooflijk hoe snel het eigenlijk gegaan is!
Op 20 februari pakten we onze rugzakken in Bangkok en gingen we richting het vliegveld om verder naar Phu Quoc te reizen. Die dag liep toch anders dan we dachten. De vlucht was vertraagd en zo vertrokken we een uur later dan oorspronkelijk gepland, maar dat was geen probleem – tijd zat, dacht ik.
Eenmaal aangekomen op het vliegveld van Phu Quoc moesten we meer dan een uur in de rij staan bij de douane voordat we eindelijk naar buiten konden. Je kon wel sneller uit zijn maar dan moest je 15 dolar per persoon betalen aan een persoon die daar tussen de passagiers liep en het even voor zichzelf regelde....een zichtbaarder corruptie dan dit kon je echt niet meemaken....
Het volgende wat moest gebeuren was geld pinnen voor een taxi… alle pinautomaten waren bezet, dus weer wachten.
Toen kwam er een taxichauffeur naar ons toe met de mededeling dat we met hem mee konden rijden en dat hij ergens in de stad bij een pinautomaat zou stoppen. Geen probleem. Dat klonk goed.
De taxichauffeur was heel aardig en deed zijn best om ons van alles te vertellen over Phu Quoc. Hij had een Google Translate bij de hand en zo voerden we een bijzonder gesprek tijdens de rit.
Zo weten we nu dat ze hier dag en nacht bouwen aan een nieuw vliegveld, omdat er in 2027 een grote happening wordt verwacht. Alles moet groter, moderner en indrukwekkender. Het eiland is duidelijk in ontwikkeling, overal wordt geïnvesteerd en gebouwd.
Ook vertelde hij trots over het speciale hondenras dat hier leeft: de Phu Quoc Ridgeback. Een zeldzaam ras met een opvallende “ridge” op de rug, een soort kam van haar die tegen de groeirichting in loopt. Het zijn sterke, slimme honden die goed kunnen jagen en zelfs uitstekend kunnen zwemmen. Hij liet ons foto’s zien op zijn telefoon en je zag de trots in zijn ogen wanneer hij over “zijn” eiland sprak.
Verder vertelde hij nog van alles over nieuwe resorts, toeristen die in grote aantallen worden verwacht en hoeveel er hier nog gaat veranderen… maar eerlijk gezegd ben ik een deel alweer vergeten door wat er daarna allemaal gebeurde.
En inderdaad, in de stad even gestopt, geld gepind - 5 miljoen - en daarna konden we verder rijden naar het adres van onze accommodatie die we via Airbnb hadden geboekt.
Na lang zoeken vonden we het terrein waar de huisjes stonden die overeenkwamen met het plaatje. Wij blij… totdat de eigenaar naar ons toe kwam en vertelde dat er iets niet klopte, dat hij geen boeking had en helemaal niet met Airbnb werkte.
Dat was even slikken.
Het was inmiddels half vijf in de middag en daar stonden we dan. In Vietnam. Tussen mensen die geen Engels spreken en alles via Google Translate doen.
Ik vroeg of hij misschien wist waar we voor één nacht konden slapen. Hij vertelde dat hij een privéhuis in de stad had, vlak bij het strand. Dat klonk goed. Wij blij dat we niet ergens onder een brug hoefden te slapen en dus gingen we akkoord.
De taxi bracht ons, na opnieuw lang zoeken, naar het adres van het huis. Dat was ook weer even slikken. Aan een lawaaierige weg stond een huis met meerdere kamers en de laatste kamer, met een badkamer, zou voor ons zijn.
Omdat ik vooral blij was dat we íets hadden, heb ik mijn eisen even weggestopt. We legden onze rugzakken neer, betaalden voor drie nachten en spraken af dat hij de volgende dag terug zou komen om het huis op te ruimen en schoon te maken.
Zo. En nu even landen. Gelukkig zijn we beide geen dramamakers en positief ingesteld dus ook in deze situatie zagen we alleen positieve dingen. We hebben een plek!
Hoe kunnen we deze kamer een beetje acceptabel maken?
Klamboe opgehangen. Onze mandala-plaid op het bed gelegd. Gedoucht. En snel op zoek naar eten, want we hadden sinds het ontbijt niets meer gegeten. En dat werd ook weer een avontuur.
We bevonden ons in een deel van de stad waar alleen Vietnamezen wonen en lopen. Geen enkele westerling te zien, geen Engels woord ergens. Dit wordt een uitdaging, dacht ik. En dat was het ook.
Na tien minuten over een drukke straat te hebben gelopen, namen we een zijstraatje dat leek alsof het richting het strand ging. En ja hoor, dat was ook zo. Alleen niet het strand dat wij in ons hoofd hadden. Het was een soort haventje met veel rommel en twee restaurants die vol zaten, maar waar ik het eten niet echt vertrouwde. Dus hup, doorlopen en verder zoeken. Eenmaal terug op de weg zag ik opeens een westerse man aan de overkant lopen.
“Do you speak English?” riep ik.
Hij keek op en zei: “Yes.”
Ik dolblij.
We renden naar hem toe en vroegen of hij hier een restaurant wist. Nee, dat wist hij niet, maar hij was hier met zijn Vietnamese vriendin die voorop liep richting een geweldig restaurant en we mochten meelopen.
Nou, heel graag. De man hete Thomas en hij kwam uit Canada.
Na vijf minuten lopen kwamen we bij… het restaurant waar we tien minuten daarvoor stonden en samen hadden besloten dat we daar niet gingen eten.
Eh… oké. Let’s go. En gelukkig maar.
Dat restaurant was beroemd om maar één soort noedelsoep met viskoekjes, aangevuld met stukjes rauw rundvlees of rauwe inktvis, of zonder. Hier zaten alleenmaat locals en het waren er veel. Het was daar heel levendig en gezellig en sfeer was echt goed. Wij kozen voor de soep alleen met viskoekjes. Je kon zelf je saus samenstellen bij een aparte tafel.
De keuze: zout, suiker, ve-tsin E621 (mononatriumglutamaat) of alles door elkaar, pepertjes en limoensap.
Ik maakte mijn eigen sausje van zout, limoensap en pepertjes en deed dat in de soep.
Ik moet zeggen: de soep was ver-ru-kke-lijk!
Misschien omdat we enorme honger hadden. Misschien omdat we een beetje verlamd waren van wat er die dag allemaal gebeurde. Maar deze kom soep was pure troost. Ik was zo dankbaar dat ik daar zat, tussen die twee lieve mensen Thomas en Se, met warmte in mijn buik.
Na de maaltijd en een heel leuk gesprek namen we afscheid. Ik heb hen duizendmaal bedankt en we liepen terug naar ons verblijf.
Mijn lief ging na het douchen op bed liggen en was binnen een minuut weg. Ik was al een paar uur van binnen aan het koken over wat er was gebeurd en besloot te communiceren met Airbnb aangezien zij ergens in Europa waarschijnlijk een werkdag hadden. Ik vond dat ze niet alleen het geld van de boeking zouden terug moeten storten, maar ook de extra gemaakte kosten en ons nieuwe verblijf zouden compenseren.
Behalve dat ik snel het geld van de boeking terugkreeg, kostte het veel tijd, moeite en energie om een beetje compensatie voor de extra kosten te krijgen. Daar ben ik nog steeds niet echt blij mee en het krijgt nog een vervolg.
Door de adrenaline van het chatten kon ik natuurlijk niet slapen. Ik genoot mee van alle geluiden van de straat en het steegje en toen ik in de vroege ochtend eindelijk in slaap viel, werd ik om half zes wakker met luide Vietnamese muziek....fantastisch!
Maar goed. Eenmaal wakker regelde ik meteen een andere accommodatie, want hier kon ik echt geen tweede nacht blijven. Een paar uur later, na twee miljoen Vietnamese dong lichter, en opnieuw onderhandelen over de prijs bij een nieuw verblijf, zaten we in een mooie kamer met keuken en badkamer in een nieuw gebouw vlak bij het strand. Een mooi strand dit keer. Onze wijk is nieuw en mooi, gebouwd in Parijse stijl met heel veel huizen die op elkaar lijken, maar gelukkig heeft elke straat een andere kleur, dus ons blauwe huis is makkelijk te vinden. En eindelijk kon ik ontspannen.Pffff.
En nu meer van de leuke en interessante dingen hier.
Wat hier natuurlijk wél in overvloed te krijgen is en waar we erg blij mee zijn, zijn de meest heerlijke tropische vruchten. Mango’s, papaya’s, ananas, pomelo's, kleine banaantjes, passievrucht en lychees – in alle kleuren en geuren. Elke dag liggen ze glanzend en rijp opgestapeld bij kraampjes langs de weg of in de supermarkt.
We slaan geen dag over zonder een groot bord vers fruit als ontbijt. Altijd een combinatie van allerlei soorten alles door elkaar. Wat een genot. Zoet, sappig, levend.
Het geweldige en grappige tegelijk is dat je hier miljonair bent. Het kleinste biljet is 1000,- dong en de grootste 500000,- dong. Het lastige is dat je echt goed moet opletten als je betaalt, want de biljetten lijken op elkaar. Het kan je zomaar gebeuren dat je in plaats van 10.000 ineens 100.000 geeft. Maar de mensen hier zijn heel vriendelijk en eerlijk.
Ook hier wordt veel vlees, vis en zeevruchten gegeten, inclusief enorme kreeften, gamba’s, krabben, inktvissen, octopussen en ontelbaar veel soorten schelpen. We hadden dus opnieuw een uitdaging om iets vegetarisch te vinden. Lopend door de straten, zoekend naar iets wat we konden eten, gebeurde er een klein wonder. Het laatste restaurant in de straat bleek een Indiaas restaurant te zijn. Na een praatje met de kok kwamen we erachter dat hij met ghee kookt. Wat een blessing.
Ik kon eindelijk genieten van palak paneer, die ik in India nergens kon vinden.
Volgende wonder gebeurde,
De volgende dag huurden we een scooter en gingen we het eiland verkennen. Het enthousiasme was wisselend. Mooi, maar ook leeg. Nieuw, maar zonder ziel.
Toen ik de eerste dag in een taxi zat, zag ik een klein gebouwtje met de tekst: Hardy’s German Bakery. Ha, de duitse brood!!! Dus natuurlijk gingen we zondag heen. We haalden een echte Duitse zuurdesem, bestelden koffie en gingen zitten. Binnen 2 minuten kwam er een heel sympathiek stel binnen en binnen no time zaten we met elkaar te praten en te drinken alsof we elkaar al jaren kenden.
Ze zijn iets ouder dan wij, veganistisch, komen uit Duitsland en wonen in Hongarije. De telefoonnummers werden uitgewisseld en twee dagen later zaten we samen in een vegan restaurant. Wat een mooie ontmoeting. Dit voelt als vriendschap voor lange tijd. We gaan ze zeker opzoeken in Hongarije.
En dat soort momenten… die maken alles weer zacht.
Volgende dag reden we naar een strand genaamd Bai Khem, ongeveer dertig minuten verderop. Hoe dichter we bij het strand kwamen, hoe mooier het werd. Nieuwe gebouwen in Europese stijl, strak en indrukwekkend. Maar de meeste waren leeg. Het voelde vreemd. Nieuw, maar zonder leven.
Het strand was vol, voornamelijk met Russen. Mooi zand, maar weer ondiep water. Wilde je echt zwemmen, dan moest je achter de touwen gaan die aangeven dat het niet mag. En als je dat deed, werd er op je gefloten en geschreeuwd. En als je niet luisterde, kwam er een Vietnamese strandwachter in een kano achter je aan. Komisch om te zien.
Elke avond is hier in onze wijk, maar ook in de stad een grote "Night mart" waar voornamelijk eten en typische toeristen dingen worden verkocht, zoals bijvoorbeeld parels - één van de Phu Quoc bijzonderheden. Maar ook dat is massaproductie en vlakbij ons verblijf is er zelfs een Pearl farm om te bezoeken.
Ik merkte dat mijn enthousiasme over dit eiland steeds minder werd. Ik voel me een beetje gedesillusioneerd over Phu Quoc. Ik hoorde hoe prachtig het hier is, maar ik zie vooral hoeveel er wordt overal gebouwd, hoeveel natuur verdwijnt, hoeveel er word uitgebuit, enorm veel toerisme en overconsumptie. Overal zeedieren (vaak nog levend) die in overvloed worden aangeboden om te eten. Het staat me tegen. En niemand lijkt echt blij. Niemand die lacht bij het afrekenen. Ik hoor geen “thank you”. Het voelt onaangenaam.
We bezochten ook een strand met speciale rode zeesterren. Veel toeristen pakten ze op voor een foto, terwijl er duidelijk stond dat het niet mocht. Waarschijnlijk waren er al veel dood.
De komende twee dagen, voordat we vertrekken, ben ik veel aan het schrijven en werken. En dat voelt helemaal oké. Het regent hier ook dus dat komt goed uit. Voor mijn gevoel heb ik genoeg gezien. Ik ga graag zondag weg. Daarna nog twee dagen Bangkok en op 3 maart eindigt onze reis in Azië.
Dankbaar voor deze ervaring en deze tijd.
In mijn volgende blog schrijf ik over wat deze reis ons heeft gebracht en misschien ook wat het heeft ontnomen.













